Naar de inhoud
JouwAutogadget.nl

Seizoen

Auto winterklaar maken: de complete checklist

Accu, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof, wissers, banden en een ijskrabber: met deze checklist maak je je auto klaar voor kou, sneeuw en ijs. Plus de regels over winterbanden.

Door Redactie JouwAutogadget · Gepubliceerd 20 oktober 2026

Blauwe auto bedekt met sneeuw op een winterse dag

Foto: Annie S. via Unsplash

Kou, ijs en sneeuw vragen veel van je auto. Een zwakke accu laat je juist op een vriezende ochtend in de steek, en een bevroren ruit kost je kostbare minuten. Met een beetje voorbereiding voorkom je veel gedoe. In deze checklist lees je wat je controleert voordat de winter begint, wat je in de auto legt en wat de regels zijn voor winterbanden, in Nederland en in het buitenland.

1. De accu

De accu is in de winter het zwakst. Bij kou loopt hij sneller leeg en heeft hij het moeilijker om de motor te starten. Laat de conditie van je accu daarom op tijd controleren, bijvoorbeeld bij een onderhoudsbeurt. Volgens de ANWB gaat een accu gemiddeld zo'n drie tot zes jaar mee, afhankelijk van het gebruik.

Maak in de winter niet alleen korte ritjes. Dan krijgt de dynamo te weinig tijd om de accu weer bij te laden. Staat je auto lang stil, dan kan een druppellader helpen.

Gaat het toch mis, dan kun je met een jumpstarter of startkabels vaak weer op weg. Lees daarover Accu leeg? Zo gebruik je een jumpstarter of startkabels.

2. Koelvloeistof met antivries

Koelvloeistof voorkomt dat het koelsysteem bevriest en beschermt tegen roest. Zo controleer je het peil:

  1. Zet de auto zo vlak mogelijk en controleer alleen als de motor koud is. Bij een warme motor kan de vloeistof eruit spuiten en brandwonden veroorzaken.
  2. Kijk op het doorzichtige reservoir. Het peil moet tussen het minimum- en het maximumstreepje staan.
  3. Staat het onder het minimum, vul dan bij tot net onder het maximum. Koelvloeistof zet uit als hij warm wordt.

Gebruik alleen de koelvloeistof die in het instructieboekje van je auto staat, en meng geen verschillende soorten. Water bijvullen is alleen voor noodgevallen: water beschermt niet tegen bevriezen. Heb je toch water gebruikt, laat het koelsysteem dan zo snel mogelijk controleren. Moet je vaak bijvullen, dan kan er een lek of een ander technisch probleem zijn. Laat dat nakijken door een garage.

3. Ruitensproeiervloeistof

Vul het reservoir aan met ruitensproeiervloeistof met antivries. Zomervloeistof kan bevriezen. Kijk op het etiket tot welke temperatuur de vloeistof beschermt. Leg ook een extra fles in de kofferbak: in de winter verbruik je meer, door pekel en vuil op de ruit.

4. Ruitenwissers

Trekken je wissers strepen of maken ze geluid, vervang ze dan voordat het slecht weer wordt. Zet de ruitenwissers altijd uit voordat je de auto parkeert. Gaan ze aan terwijl ze vastgevroren zitten, dan kunnen de wisserbladen beschadigen. In het ergste geval gaat zelfs de motor van de ruitenwissers kapot.

5. Banden

Winterbanden in Nederland

Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht. De Rijksoverheid noemt ze wel verstandig bij winterse omstandigheden. Volgens de ANWB blijven winterbanden bij lage temperaturen soepeler, waardoor ze meer grip hebben, en presteren ze veel beter op sneeuw. Banden met spikes zijn in Nederland verboden, omdat ze het wegdek beschadigen.

Wil je overstappen op winterbanden, maak dan op tijd een afspraak. Als de eerste sneeuw valt, is het vaak druk bij de bandenzaak.

Winterbanden in het buitenland

Ga je in de winter op reis, dan gelden andere regels. Een paar voorbeelden volgens de ANWB:

  • Duitsland: winterbanden zijn verplicht bij winterse omstandigheden.
  • Oostenrijk: verplicht van 1 november tot en met 15 april bij winterse omstandigheden.
  • Frankrijk: in veel berggebieden verplicht tussen november en maart; sneeuwkettingen aan boord zijn daar een alternatief.

Ook sneeuwkettingen kunnen op bepaalde wegen verplicht zijn; dat wordt met een verkeersbord aangegeven. Rijd je zonder de verplichte uitrusting, dan riskeer je een boete en kan het gevolgen hebben voor je aansprakelijkheid bij een ongeluk. De regels veranderen geregeld. Controleer ze daarom vóór vertrek per land, bijvoorbeeld bij de ANWB of de autoriteiten van dat land.

Profiel en spanning

De wettelijke minimale profieldiepte in Nederland is 1,6 millimeter, voor zomer- én winterbanden. In sommige landen gelden strengere eisen. Zo noemt de ANWB voor winterbanden in Oostenrijk 4 millimeter. Controleer ook de bandenspanning. Hoe dat werkt, lees je in Bandenspanning controleren en oppompen.

6. Motorolie

Controleer het oliepeil en vraag bij je garage welke olie jouw auto nodig heeft. Volgens de ANWB kan de juiste olie het verschil maken of je auto bij strenge vorst wel of niet start.

7. Verlichting

In de winter rijd je vaker in het donker. Loop daarom alle lampen na: dimlichten, grootlicht, achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers en mistlampen. Maak de koplampen geregeld schoon, want vuil en pekel verminderen het licht. Kijk voor reservelampen en andere verlichting bij autoverlichting.

8. Deurrubbers, sloten en handrem

  • Deurrubbers: maak ze schoon en behandel ze met een rubberstick of talkpoeder. Zo vriezen je portieren minder snel vast.
  • Sloten: een vochtverdrijvend middel, zoals kruipolie, helpt tegen bevroren sloten. Vergeet de slotvanger aan de binnenkant van het portier niet.
  • Handrem: een mechanische handrem kan vastvriezen. Zet de auto daarom in de P of in de eerste versnelling. Een elektronische handrem kun je volgens de ANWB gewoon gebruiken.

9. Ruiten ijsvrij maken

  • Gebruik een kunststof ijskrabber of een ruitenontdooier.
  • Gebruik nooit warm of heet water: de ruit kan dan barsten.
  • Leg geen krant op de ruit, want die kan vastvriezen.
  • Een afdekhoes of anti-ijsdeken op de voorruit scheelt 's ochtends veel krabben.

Maak niet alleen een kijkgaatje vrij. De ANWB wijst erop dat het verplicht is om je auto sneeuwvrij te maken: alle ruiten, de spiegels, de verlichting en het kenteken, en liefst ook het dak en de motorkap. Sneeuw van het dak kan tijdens het rijden op je voorruit of op de auto achter je schuiven. Rijden met onvoldoende zicht kan een boete opleveren.

10. Wat leg je in de auto?

  • ijskrabber en ruitenontdooier;
  • een afdekhoes voor de voorruit;
  • een extra fles ruitensproeiervloeistof met antivries;
  • startkabels of een jumpstarter;
  • handschoenen, een deken en warme kleding, voor als je met pech stilstaat;
  • sneeuwkettingen, als je naar de bergen gaat.

Veel van deze spullen vind je bij exterieuraccessoires en auto-elektronica.

Tip: rijd niet met een dikke winterjas

De ANWB raadt af om met een dikke winterjas aan te rijden, ook voor passagiers. De gordel sluit dan minder goed aan, wat bij een ongeluk letsel kan veroorzaken. Doe je jas uit, of leg hem over de gordel heen.

Kort samengevat

  • Laat de accu op tijd controleren en vermijd alleen korte ritjes.
  • Controleer koelvloeistof bij een koude motor en gebruik het voorgeschreven type.
  • Gebruik ruitensproeiervloeistof met antivries en zet de wissers uit bij het parkeren.
  • Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht, maar in onder meer Duitsland en Oostenrijk onder voorwaarden wel. Controleer de regels vóór je reis.
  • Maak je auto helemaal sneeuw- en ijsvrij en gebruik nooit heet water op de ruit.

Bronnen

Meer om te lezen