Naar de inhoud
JouwAutogadget.nl

Praktisch

Bandenspanning controleren en oppompen: zo doe je het

Waar vind je de juiste bandenspanning, waarom meet je bij koude banden en hoe pomp je op bij de pomp of thuis met een compressor? Plus wat het TPMS-lampje wel en niet zegt.

Door Redactie JouwAutogadget · Gepubliceerd 20 oktober 2026

Bandenspanningsmeter met pompaansluiting op een rode ondergrond

Foto: Thomas De Giorgio via Unsplash

Je banden zijn het enige contact tussen je auto en de weg. Toch rijden veel mensen met te zachte banden zonder het te merken. Banden lopen namelijk langzaam leeg, ook als je weinig rijdt. In dit artikel lees je waar je de juiste bandenspanning vindt, wanneer en hoe vaak je meet, en hoe je je banden oppompt bij het tankstation of thuis met een draagbare compressor.

Waarom de juiste bandenspanning belangrijk is

Een te lage bandenspanning heeft meer gevolgen dan je misschien denkt:

  • Veiligheid: volgens de ANWB stuurt de auto slechter, kan hij bij het remmen naar één kant trekken en wordt de remweg langer. De band kan ook te warm worden, waardoor de kans op een klapband groter wordt.
  • Slijtage: te zachte banden slijten sneller en ongelijkmatig, zodat je ze eerder moet vervangen. Minder bandenslijtage betekent volgens Milieu Centraal ook minder microplastics.
  • Verbruik: een zachte band heeft meer rolweerstand. Je verbruikt dan meer brandstof of, bij een elektrische auto, meer stroom. De ANWB rekent voor dat dit kan oplopen tot zo'n 100 euro per jaar.

Waar vind je de juiste bandenspanning?

De juiste bandenspanning verschilt per auto en per bandenmaat. Je vindt de adviesspanning:

  • in het instructieboekje van je auto;
  • vaak ook op een sticker of plaatje, bijvoorbeeld in de deurstijl aan de bestuurderskant, aan de binnenkant van het tankklepje, in het dashboardkastje of op de zonneklep.

Milieu Centraal waarschuwt dat tabellen op internet vaak niet volledig of actueel zijn. Ga dus bij voorkeur uit van de gegevens van je eigen auto.

Zo lees je de tabel

  • Zoek eerst je bandenmaat op de zijkant van de band, bijvoorbeeld 155/70 R 13.
  • Let op het verschil tussen voor- en achterbanden: die hebben vaak een andere spanning.
  • Kijk naar de belading. Met meer passagiers of een volle kofferbak hoort er vaak een hogere spanning bij. Pomp je banden dus op voordat je met een volgeladen auto op vakantie gaat.

Meet als de banden koud zijn

Als je rijdt, worden je banden warm en loopt de spanning op. Meet daarom het liefst als de banden nog koud zijn. De ANWB adviseert te meten voordat je die dag hebt gereden, of na maximaal 5 kilometer.

Kan dat niet? Milieu Centraal adviseert om na 15 minuten of 5 kilometer rijden 0,3 bar bij de adviesspanning op te tellen. Dat geldt ook als je oppompt bij een tankstation langs de snelweg, omdat je banden dan door het harde rijden warm zijn.

Hoe vaak controleer je de bandenspanning?

De ANWB adviseert om elke maand te controleren en ook altijd voor een lange rit. Milieu Centraal noemt elke twee maanden als minimum. Zet een herinnering in je telefoon, dan vergeet je het niet.

Bij de APK moet de bandenspanning kloppen met wat de fabrikant voorschrijft. Volgens het APK-handboek van de RDW mogen de banden op één as maximaal 0,3 bar van elkaar verschillen.

Oppompen bij het tankstation

  1. Zet de auto zo neer dat de slang bij alle vier de banden kan.
  2. Draai de ventieldopjes los en leg ze op een plek waar je ze niet kwijtraakt.
  3. Betaal als dat nodig is en stel de gewenste spanning in.
  4. Zet het mondstuk recht op het ventiel en houd het stil tot je een piepje hoort.
  5. Haal het mondstuk er recht af en draai het ventieldopje terug.
  6. Herhaal dit voor alle banden.

Volgens de ANWB geven de meters bij tankstations vaak iets te veel aan. Een eigen bandenspanningsmeter is nauwkeuriger. Bij veel tankstations en wasstraten staat een luchtpomp; soms is die gratis, soms betaal je ervoor.

Thuis oppompen met een draagbare compressor

Met een draagbare compressor controleer en pomp je je banden thuis, op een moment dat de banden echt koud zijn. Milieu Centraal noemt een paar handige eigenschappen:

  • een digitaal display, zodat je de spanning nauwkeurig afleest;
  • een stekker voor de 12V-aansluiting in je auto;
  • een automatische uitschakeling als de ingestelde spanning is bereikt;
  • een ingebouwde werklamp, voor als het donker is.

Lees altijd de handleiding van de compressor, bijvoorbeeld over hoe lang hij achter elkaar mag draaien. Kies je voor een voetpomp met een analoge meter, dan is die minder nauwkeurig af te lezen. Volgens Milieu Centraal verlies je bij het meten zelf ongeveer 0,1 bar. Meet daarom alleen als je daarna ook oppompt.

Compressoren en andere handige hulpmiddelen vind je bij auto-elektronica.

Vergeet het reservewiel niet

Heeft je auto een reservewiel, controleer dat dan ook. Milieu Centraal adviseert om een reservewiel 0,5 bar boven de adviesspanning te houden, zodat het klaar is voor gebruik. Heb je een smal noodwiel (thuiskomer), dan heeft dat volgens de ANWB vaak een veel hogere spanning nodig. Kijk in je handleiding welke waarde daarvoor geldt.

Het TPMS-lampje: handig, maar geen vervanging

Nieuwe personenauto's die vanaf 1 november 2014 in de Europese Unie zijn geregistreerd, moeten een bandenspanningscontrolesysteem hebben, ook wel TPMS genoemd. Dat systeem waarschuwt met een lampje op het dashboard als een band te zacht is.

Vertrouw er alleen niet blind op. Volgens de ANWB en Milieu Centraal waarschuwen de meeste systemen pas als de spanning ongeveer 20 procent te laag is. Milieu Centraal noemt dat zo'n 0,5 bar en vindt dat te laat; zij adviseren al bij 0,1 bar te weinig op te pompen.

Brandt het lampje? Controleer dan zo snel mogelijk alle banden. Na het oppompen moet je het systeem bij sommige auto's opnieuw instellen. In de handleiding staat hoe dat bij jouw auto werkt. Let op: volgens het APK-handboek van de RDW mag het TPMS bij auto's die na 31 december 2017 voor het eerst in gebruik zijn genomen, bij de keuring geen storing aangeven.

Lek of niet?

Alle banden verliezen langzaam lucht, ook nieuwe. Maar moet je een band steeds veel meer oppompen dan de andere, dan is er mogelijk iets mis. De ANWB noemt dat als je meer dan 1 bar moet bijvullen, er mogelijk een lek is of het ventiel niet goed is. Controleer de band dan op schade en laat hem nakijken.

Meteen het profiel checken

Nu je toch bij je banden bent: kijk ook naar het profiel. De wettelijke minimale profieldiepte in Nederland is 1,6 millimeter. Veel banden hebben slijtage-indicatoren: kleine verhogingen in de groeven. Is het profiel even hoog als die blokjes, dan is het volgens de ANWB tijd voor nieuwe banden. Let ook op scheurtjes, bulten en andere schade.

Kort samengevat

  • De juiste spanning staat in je instructieboekje en vaak op een sticker in de deurstijl of het tankklepje.
  • Meet bij koude banden; heb je al gereden, tel dan 0,3 bar op bij de adviesspanning.
  • Controleer minstens elke twee maanden en altijd voor een lange of volgeladen rit.
  • Een eigen meter of compressor is vaak nauwkeuriger dan de meter bij het tankstation.
  • Het TPMS-lampje waarschuwt pas laat; blijf zelf regelmatig meten.

Bronnen

Meer om te lezen