Koopgids
Achteruitrijcamera kiezen: bedraad, draadloos of in je spiegel?
Een losse achteruitrijcamera maakt inparkeren een stuk makkelijker. Lees het verschil tussen bedraad, draadloos en een spiegelmonitor, en waar je op let bij beeld en montage.
Door Bart · Gepubliceerd 20 oktober 2026
Foto: Wild Huang via Unsplash
Achteruit inparkeren in een krappe straat, een paaltje dat je net niet ziet of een kind dat achter de auto loopt: een achteruitrijcamera laat zien wat je via je spiegels mist. Heeft je auto er af fabriek geen, dan kun je er een laten inbouwen of zelf monteren. Er zijn grofweg drie soorten: een bedrade set, een draadloze set en een camera met een scherm in je binnenspiegel. In deze gids lees je wat de verschillen zijn en waar je op let bij beeld, stroom en montage.
Eerst checken: wat heeft je auto al?
Veel nieuwere auto's hebben al een vorm van achteruitrijhulp. Volgens de Europese Commissie moeten alle nieuwe auto's die sinds 7 juli 2024 in de EU worden verkocht een systeem hebben om bij het achteruitrijden obstakels te detecteren, bijvoorbeeld met een camera of met sensoren. Voor nieuwe autotypes gold dat al vanaf juli 2022.
Heb je een wat oudere auto, kijk dan ook in de handleiding of bij je dealer. Sommige infotainmentsystemen zijn voorbereid op een camera, maar dan moet die soms nog door de dealer worden aangesloten of vrijgegeven. In dat geval kan een losse camera met eigen scherm overbodig zijn.
De drie hoofdtypen
Bedrade camera
Bij een bedrade set loopt er een kabel van de camera achterop de auto naar het scherm voorin. Die kabel gaat meestal door de achterklep, langs de dorpels of onder de bekleding naar het dashboard.
- Voordeel: een stabiel beeld zonder storing of haperingen.
- Nadeel: de montage kost meer tijd. Je moet panelen losmaken en de kabel netjes wegwerken.
Een bedrade camera is vooral een goede keuze als je de auto nog lang houdt en het beeld altijd betrouwbaar wilt hebben.
Draadloze camera
Bij een draadloze set stuurt de camera het beeld via een radiosignaal naar het scherm. De camera heeft nog wel stroom nodig, maar je hoeft geen kabel door de hele auto te trekken.
- Voordeel: sneller te monteren, ook bij lange voertuigen zoals een bestelbus of camper.
- Nadeel: het beeld kan haperen, vertraagd zijn of wegvallen door afstand, metalen delen of storing van andere apparaten.
Let bij een draadloze set op het opgegeven bereik en lees in de specificaties hoe de camera zijn stroom krijgt. Ook een kleine vertraging telt: bij achteruitrijden wil je zien wat er nú gebeurt. Rijd daarom altijd rustig en kijk ook zelf om.
Camera met spiegelmonitor
Bij dit type zit het scherm in een binnenspiegel. Vaak klik of band je die over je bestaande spiegel heen. Zolang het scherm uit staat, werkt hij als gewone spiegel. Schakel je naar achteruit, dan verschijnt het camerabeeld.
- Voordeel: er komt geen extra scherm op je dashboard of voorruit.
- Nadeel: het scherm is vrij klein, en een spiegel die over je bestaande spiegel valt, kan zwaarder zijn en trillen.
Sommige spiegelmonitoren combineren een achteruitrijcamera met een dashcam. Lees meer over dashcams in De beste dashcam kiezen.
Los scherm of het scherm van je auto?
Naast een spiegelmonitor kun je kiezen voor een los schermpje op het dashboard. Let dan op waar je het plaatst. De Regeling voertuigen bepaalt dat de voorruit en de zijruiten naast de bestuurdersplaats niet mogen zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. Plaats een scherm dus laag en buiten je zichtveld op de weg. Kies ook geen plek in het ontplooiingsgebied van een airbag; waar die zitten, staat in de handleiding van je auto.
Wil je het beeld op het bestaande scherm van je auto, controleer dan of het systeem een video-ingang heeft of dat er een speciale interface nodig is. Dat verschilt sterk per merk en model.
Waar komt de camera?
De meeste losse camera's worden achterop gemonteerd, op een van deze plekken:
- In of boven de kentekenplaathouder: veel gebruikt, omdat er vaak al gaten zitten en de kentekenverlichting in de buurt is.
- Bij de handgreep of het logo van de achterklep: netjes, maar per auto verschillend.
- Bovenaan de achterruit of het dak: vooral bij bestelbussen en campers, voor een overzicht van verder weg.
Zorg dat de camera of houder je kentekenplaat niet afdekt. Je kenteken moet goed zichtbaar en leesbaar blijven.
Houd er rekening mee dat een fietsendrager op de trekhaak een camera achterop helemaal kan afdekken. Rijd je vaak met fietsen achterop, lees dan ook Fietsendrager op de auto: regels, kenteken en tips.
Beeld: waar let je op?
- Kijkhoek: een brede hoek laat meer zien, maar maakt het beeld aan de randen bol en afstanden lastiger te schatten.
- Zicht in het donker: juist bij achteruitrijden in een donkere straat of parkeergarage telt de lichtgevoeligheid van de camera. Bekijk voorbeeldbeelden bij weinig licht.
- Hulplijnen: veel camera's tonen lijnen die de afstand aangeven. Controleer of je ze kunt in- of uitschakelen en of ze passen bij de breedte van je auto.
- Gespiegeld beeld: een achteruitrijcamera toont het beeld meestal gespiegeld, zodat links en rechts overeenkomen met je spiegels. Controleer of dat instelbaar is.
- Waterdichtheid: de camera zit buiten en krijgt regen, vuil en pekel te verduren. Kijk naar de opgegeven waterdichtheid in de specificaties.
Stroom en aansluiting
Een camera achterop heeft stroom nodig. Bij veel sets wordt de camera aangesloten op het achteruitrijlicht. Zodra je de achteruitversnelling inschakelt, gaat de camera dan automatisch aan. Andere sets krijgen permanent stroom, zodat je het beeld ook tijdens het rijden kunt bekijken, bijvoorbeeld bij een aanhanger.
Bij moderne auto's met veel elektronica is het aansluiten minder eenvoudig dan het lijkt. Een verkeerde aansluiting kan foutmeldingen geven of de verlichting verstoren. Twijfel je, laat de camera dan inbouwen door een garage of een inbouwspecialist. Spullen voor in en aan de auto vind je bij auto-elektronica.
Camera of parkeersensoren?
Parkeersensoren piepen sneller naarmate je dichter bij een obstakel komt. Een camera laat zien wát er staat. Ze vullen elkaar dus aan. Een camera helpt vooral bij lage obstakels en bij het precies inschatten van een plek. Sensoren geven een signaal zonder dat je naar een scherm hoeft te kijken. Welke je kiest, hangt af van je auto, je budget en waar je meestal parkeert.
Een camera vervangt je ogen niet
Een camera laat maar een deel van de omgeving zien. Fietsers of kinderen die van opzij komen, zie je vaak pas laat. Gebruik de camera daarom als extra hulpmiddel. Kijk ook over je schouder en in je spiegels, en rijd stapvoets achteruit. Houd de lens schoon: een vuile of bevroren camera geeft een wazig beeld.
Checklist voor je keuze
- Heeft je auto al een camera, sensoren of een voorbereiding in het infotainmentsysteem?
- Kies je voor een stabiel bedraad beeld, een sneller te monteren draadloze set of een spiegelmonitor?
- Past de camera achterop zonder je kenteken af te dekken?
- Is het beeld goed bij weinig licht, en zijn hulplijnen en spiegeling instelbaar?
- Kun je het scherm plaatsen buiten je zichtveld op de weg en buiten de airbagzones?
- Monteer je zelf, of laat je de camera inbouwen door een vakman?
Kort samengevat
- Controleer eerst of je auto al achteruitrijhulp heeft of is voorbereid op een camera.
- Bedraad geeft het meest stabiele beeld; draadloos is sneller te monteren, maar gevoeliger voor storing.
- Een spiegelmonitor houdt je dashboard vrij, maar heeft een kleiner scherm.
- Plaats een los scherm niet zo dat het je zicht op de weg belemmert, en houd je kenteken leesbaar.
- Een camera is een hulpmiddel: kijk altijd ook zelf om.







