Naar de inhoud
JouwAutogadget.nl

Koopgids

Laadkabel voor je elektrische auto kiezen: Type 2, fasen en lengte

Type 1 of Type 2, mode 2 of mode 3, één of drie fasen, 16 of 32 ampère: zo kies je een laadkabel die past bij je auto, je laadpunt en de afstand tot de laadpaal.

Door Bart · Gepubliceerd 20 oktober 2026

Laadkabel aangesloten op een elektrische auto

Foto: CHUTTERSNAP via Unsplash

Bij veel elektrische auto's en plug-in hybrides zit een laadkabel, maar niet altijd de kabel die het beste bij jouw situatie past. Misschien is hij te kort voor de laadpaal in je straat, of wil je een tweede kabel om in huis te bewaren. Bij het kiezen kom je termen tegen als Type 2, mode 3, fasen en ampère. In deze gids lees je wat die betekenen en hoe je een kabel kiest die past bij je auto, je laadpunt en je parkeerplek.

Type 1 of Type 2?

De stekker aan de kant van je auto moet passen in de laadpoort. Volgens de ANWB zijn er twee typen:

  • Type 1: een smalle stekker met vijf pinnen en een ontgrendelknop bovenop. Dit type kan alleen op één fase laden en zit vooral op oudere of geïmporteerde modellen.
  • Type 2: een brede stekker met zeven pinnen, zonder drukknop. Dit is de Europese standaard. De meeste nieuwe elektrische auto's en plug-in hybrides gebruiken dit type.

De aansluiting aan de kant van de laadpaal is volgens de ANWB altijd Type 2. Heeft je auto een Type 1-poort, dan heb je dus een kabel nodig met Type 1 aan de autokant en Type 2 aan de paalkant. Kijk in de handleiding of op de laadpoort van je auto welk type je hebt.

Mode 2 of mode 3?

Naast het type stekker is er de vraag waar je laadt.

  • Mode 3: een kabel met aan beide kanten een laadstekker. Deze gebruik je aan een laadpaal of een laadpunt aan de muur, thuis of openbaar. Dit is de kabel die de meeste mensen bedoelen als ze het over een laadkabel hebben.
  • Mode 2: een kabel met aan één kant een gewone stekker voor een geaard stopcontact, met een kastje in de kabel dat met de auto communiceert. Volgens de ANWB is dit vooral een noodoplossing, bijvoorbeeld op vakantie of als je (nog) geen laadpunt hebt.

Bij snelladers langs de snelweg zit de kabel vast aan de laadpaal. Daarvoor heb je geen eigen kabel nodig.

Fasen, ampère en kilowatt

Hoe snel je laadt, hangt af van het aantal fasen en de stroomsterkte in ampère. De ANWB en Autozine noemen deze gangbare combinaties:

  • 1 fase, 16 ampère: ongeveer 3,7 kW
  • 1 fase, 32 ampère: ongeveer 7,4 kW
  • 3 fasen, 16 ampère: ongeveer 11 kW
  • 3 fasen, 32 ampère: ongeveer 22 kW

Laadkabels worden in deze klassen verkocht. Een kabel voor drie fasen kun je ook gebruiken op één fase. Een kabel met een hoger vermogen werkt ook op een laadpunt met een lager vermogen, maar andersom niet: een lichte kabel beperkt het laadvermogen.

Het zwakste onderdeel bepaalt de snelheid

Een zwaardere kabel maakt je auto niet automatisch sneller. De laadsnelheid wordt bepaald door het zwakste onderdeel in de keten:

  1. Je auto. De ingebouwde lader van je auto kan maar een bepaald vermogen aan. Of je auto op drie fasen kan laden, staat in de handleiding of de specificaties. Volgens de ANWB moet de auto drie fasen ondersteunen om de hogere snelheden te halen.
  2. Het laadpunt. Een laadpaal of laadpunt aan de muur heeft een maximaal vermogen.
  3. De aansluiting. Thuis bepaalt je meterkast mede wat mogelijk is. Volgens de ANWB heeft vrijwel elk Nederlands huishouden een aansluiting met drie fasen, maar dat zegt niets over wat je auto kan.
  4. De kabel. Die moet minstens het vermogen aankunnen dat de andere onderdelen leveren.

Laadt je auto alleen op één fase, dan heeft een dure 22 kW-kabel voor jou nu weinig nut. Een kabel die drie fasen ondersteunt, kan wel handig zijn als je later een andere auto neemt. Autozine adviseert om te kijken naar wat de laadpunten aankunnen die je gebruikt, en niet alleen naar wat je huidige auto kan.

De juiste lengte

Volgens Autozine zijn laadkabels meestal 5 tot 10 meter lang, en voor speciale situaties ook 15 of 20 meter.

  • Ongeveer 5 meter is vaak genoeg voor een vast laadpunt aan je huis, als je auto er dicht bij staat.
  • 7,5 tot 10 meter kan het verschil maken bij openbare laadpalen die onhandig staan, of als je niet altijd op dezelfde plek parkeert.
  • Langere kabels zijn zwaarder en nemen meer ruimte in.

Kijk ook waar de laadpoort op je auto zit: voor, achter, links of rechts. Bij een laadpaal aan de andere kant van de auto heb je al snel een paar meter extra nodig. Meet het voor je eigen situatie na.

Recht of spiraal?

Een spiraalkabel trekt zich in als hij niet gespannen is. Hij neemt minder ruimte in en ligt minder snel in de weg. Volgens Autozine is een spiraalkabel boven ongeveer 7 meter wel onpraktisch en zwaar. Voor langere afstanden is een rechte kabel de logische keuze.

Nooit een verlengsnoer

Is je kabel net te kort, gebruik dan geen verlengsnoer of haspel. De ANWB is daar duidelijk over: gebruik bij het laden van je elektrische auto geen verlengsnoeren. Een verlengsnoer kan oververhit raken. Koop liever een langere laadkabel.

Laad je met een mode 2-kabel aan het stopcontact, gebruik dan volgens de ANWB een aparte, goed afgezekerde groep in de meterkast, aangelegd volgens de NEN 1010-norm. Sluit de auto niet aan op een stopcontact waar ook andere zware apparaten op zitten. Haal de stekker uit het stopcontact als je klaar bent.

Kabel over de stoep?

Woon je in een straat zonder eigen oprit, dan wil je misschien vanaf je huis laden. Een laadkabel over de stoep mag volgens de ANWB alleen met een ontheffing van je gemeente, op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De regels verschillen per gemeente. Vaak gelden voorwaarden, zoals een laadpunt op eigen terrein, een maximale lengte over de stoep, een kabelmat en het opruimen van de kabel na het laden. Ook met een ontheffing kun je aansprakelijk zijn als iemand over je kabel struikelt. Vraag de regels na bij je gemeente.

Zo gaat je kabel langer mee

De ANWB geeft deze tips:

  • Rij niet over de kabel en laat niemand erop stappen.
  • Laat de stekker niet op de grond vallen bij het loskoppelen.
  • Houd vuil en water uit de stekker en maak de kabel af en toe schoon.
  • Berg de kabel opgerold en droog op, bij voorkeur in een hoes.
  • Controleer regelmatig op scheuren in de kabel en de stekker.
  • Repareer een kapotte kabel niet zelf, maar vervang hem.

Een tas of hoes houdt de kofferbak ook schoon. Meer tips over ruimte in de auto lees je in je auto opgeruimd houden. Laadkabels en accessoires vind je in de categorie elektrisch rijden.

Checklist

  • Heeft je auto een Type 1- of Type 2-poort?
  • Laad je aan een laadpaal (mode 3) of aan het stopcontact (mode 2)?
  • Laadt je auto op één of drie fasen, en met welk maximaal vermogen?
  • Wat kunnen de laadpunten die je gebruikt?
  • Hoe ver staat de laadpaal van je laadpoort, en heb je genoeg lengte zonder verlengsnoer?

Kort samengevat

  • Openbare laadpalen hebben altijd een Type 2-aansluiting; de autokant hangt af van je laadpoort.
  • Voor een laadpaal gebruik je een mode 3-kabel; mode 2 is voor het stopcontact.
  • Het zwakste onderdeel, vaak de lader in je auto, bepaalt de laadsnelheid.
  • Kies een lengte die past bij jouw parkeerplek, en gebruik nooit een verlengsnoer.
  • Een kabel over de stoep mag alleen als je gemeente dat toestaat.

Bronnen

Producten bij deze gids

Bekijk alles
Oplaadkabel van 1 meter – USB-C naar USB-C – Ultra-sterke en flexibele snellaadkabel – USB Type C-kabel compatibel met Android-smartphones, Samsung Galaxy S24/S23/S22/S21/S20, A54, A34, A14, Note 20, Z Flip, Z Fold
Sireza® D2 - Dashcam - Dashcam Voor Auto - Dual Dashcam - Ultra 4K & UHD - 3 inch met App - A-GPS live locatie + snelheid - 64GB SD Kaart - Loop Opname - G Sensor - mini koevoet - haakske usb-c oplaadkabel - NL/FR/ENG Handleiding + NL Systeem

Links naar winkels zijn affiliatelinks. Meer info

Meer om te lezen