Praktisch
Dashcam installeren: plaatsing, stroom en parkeermodus
Waar plak je je dashcam, hoe werk je de kabel netjes weg en wat komt er kijken bij een vaste aansluiting voor de parkeermodus? Een stappenplan voor een veilige installatie.
Door Bart · Gepubliceerd 20 oktober 2026
Een dashcam is pas nuttig als hij goed is geïnstalleerd. Hangt hij scheef, zit hij in je zicht of slingert de kabel over je dashboard, dan heb je er weinig aan. In dit stappenplan lees je hoe je een dashcam plaatst, hoe je de stroomkabel wegwerkt en wat er komt kijken bij een vaste aansluiting voor de parkeermodus. Heb je nog geen dashcam gekozen, lees dan eerst De beste dashcam kiezen: waar let je op en hoe zit het met privacy?.
Wat heb je nodig?
- de dashcam met houder en stroomkabel;
- een geschikte microSD-kaart, bij voorkeur een kaart voor continu opnemen;
- een schone microvezeldoek en eventueel glasreiniger;
- eventueel een doorzichtige elektrostatische sticker voor de houder;
- kabelklemmetjes of een kunststof wigje om de kabel achter de bekleding te duwen;
- de handleiding van je dashcam én van je auto.
Stap 1: kies de plek op de voorruit
De plek bepaalt hoe goed de beelden worden en of je zicht vrij blijft.
Wat zegt de regelgeving?
Er is in Nederland geen aparte regel voor de plaats van een dashcam. Wel bepaalt de Regeling voertuigen dat de voorruit en de zijruiten naast de bestuurdersplaats niet mogen zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. Zorg dus dat de dashcam je zicht op de weg niet hindert.
De beste plek
De ANWB adviseert om de dashcam achter of naast de binnenspiegel te monteren, precies in het midden van de voorruit. Zo hindert de camera je zicht het minst en wordt het beeld zo min mogelijk vervormd. Let daarnaast op:
- Ruitenwissers: kies een stuk ruit dat de wissers schoonvegen, zodat je bij regen helder beeld houdt.
- Getinte strook: veel voorruiten hebben bovenaan een getinte rand. Een camera daarachter kan donkerder of anders gekleurde beelden geven.
- Sensoren en camera's van je auto: bij veel auto's zit achter de binnenspiegel een camera of sensor voor hulpsystemen. Plak je dashcam daar niet voor. Kijk in de handleiding van je auto welk deel van de ruit vrij moet blijven.
Houd de camera eerst tegen de ruit en bekijk het beeld in de app of op het scherm voordat je iets vastplakt.
Stap 2: bevestig de houder
- Maak de ruit aan de binnenkant goed schoon en droog.
- Plak het voetje bij voorkeur op een doorzichtige elektrostatische sticker in plaats van direct op het glas. De ANWB raadt dat aan, omdat je de dashcam dan later makkelijk verwijdert of verplaatst zonder lijmresten.
- Druk de houder stevig aan en laat de lijm de tijd hechten die in de handleiding staat.
Stap 3: stel de hoek in
Richt de camera zo dat er niet te veel lucht en niet te veel motorkap in beeld is. De ANWB noemt als goede verhouding ongeveer een derde lucht en twee derde weg. De horizon ligt dan net boven het midden van het beeld. Controleer ook of het beeld recht staat.
Stap 4: kies de stroomvoorziening
Via de 12V-aansluiting of USB
De eenvoudigste manier is de stekker in de 12V-aansluiting (sigarettenaansteker) of een USB-poort. De dashcam gaat dan meestal aan en uit met het contact. Gebruik bij voorkeur de kabel en adapter die bij de dashcam zitten. Een te zwakke lader kan ervoor zorgen dat de camera herstart of niet goed opneemt. Lees meer over laders in USB-C-autolader kiezen.
Via een vaste aansluiting (hardwire)
Wil je een parkeermodus gebruiken, dan heeft de dashcam ook stroom nodig als de motor uit staat. Daarvoor is meestal een vaste aansluiting nodig, een zogeheten hardwire-kit. Die wordt aangesloten op de zekeringkast of op de accu.
Waar je op let:
- Gebruik de kit die bij je dashcam hoort. De ANWB raadt aan alleen een hardwire-kit te gebruiken die past bij het merk en model van je dashcam.
- Spanningsbewaking: kies een kit die de dashcam uitschakelt voordat de accu te ver leegloopt. Zo kun je de auto nog starten.
- Laat het doen als je twijfelt. Bij moderne auto's kan een fout de elektronica flink verstoren, waarschuwt de ANWB. Ben je niet technisch onderlegd, laat de installatie dan doen door een garage of een inbouwspecialist.
Werk je toch zelf in de zekeringkast, gebruik dan het zekeringschema uit de handleiding van je auto. Sluit nooit iets aan op zekeringen van veiligheidssystemen, zoals de airbags of de remmen. Kies de juiste zekeringwaarde zoals die in de handleiding van de kit staat. Bij een leaseauto of een auto met garantie is het slim om eerst te vragen of je zelf iets mag aansluiten.
Stap 5: werk de kabel netjes weg
Een losse kabel kan je zicht hinderen of achter het stuur of de pedalen blijven haken. Zo werk je hem weg:
- Duw de kabel vanaf de dashcam langs de bovenrand van de voorruit onder de hemelbekleding.
- Leid hem langs de stijl naast de voorruit (de A-stijl) naar beneden. In die stijl zit bij veel auto's een gordijnairbag. Leid de kabel zo dat hij de airbag niet hindert, en kijk in de handleiding van je auto waar de airbags zitten. Twijfel je, laat dit dan door een vakman doen.
- Leid de kabel verder langs de rubberen deurafdichting of onder het dashboard naar de stroombron.
- Zet overtollige kabel vast met een klemmetje of bandje, uit de buurt van de pedalen en het stuur.
Gebruik geen scherp gereedschap tegen de bekleding. Een kunststof wigje voorkomt krassen en losgetrokken clips.
Stap 6: een achtercamera aansluiten
Heb je een set met een achtercamera, dan loopt er ook een kabel naar achteren. Volgens de ANWB registreert een set met achtercamera incidenten beter, maar is het netjes installeren en wegwerken van de bedrading lastig. Bij een achterklep moet de kabel vaak door de rubberen doorvoer tussen dak en klep. Laat dit bij twijfel ook door een vakman doen.
Stap 7: instellen en testen
- Geheugenkaart: formatteer de kaart in de dashcam zelf. De ANWB adviseert dat minstens elke maand te doen, nadat je beelden die je nodig hebt hebt veiliggesteld.
- Datum, tijd en resolutie: controleer de datum en kies de hoogst mogelijke resolutie.
- Lengte van de filmpjes: de ANWB noemt drie tot vijf minuten per filmpje handig om snel iets terug te zoeken.
- G-sensor: die beveiligt een opname bij een stoot. Slaat hij te vaak aan, bijvoorbeeld bij drempels, verlaag dan de gevoeligheid.
- Parkeermodus: test hoe de bewegingsdetectie reageert. Die kan te vaak afgaan door verkeer en voorbijgangers, of juist te weinig in het donker. Sommige dashcams hebben ook een time-lapse-stand.
Bekijk na een paar ritten de beelden en controleer of de camera oude opnames netjes overschrijft.
Onderhoud en gebruik
- Houd de voorruit en de lens schoon.
- Leg geen papiertjes of lichte voorwerpen op het dashboard; die geven reflecties in de ruit.
- Haal de dashcam bij extreme hitte uit de auto. Volgens de ANWB kan een dashboard in de zon heel heet worden.
- Haal de camera bij voorkeur uit het zicht als je de auto parkeert, zodat hij inbrekers niet uitnodigt.
Beelden delen? Lees dan eerst wat de privacyregels zeggen in De beste dashcam kiezen. Accessoires zoals houders en kabels vind je bij dashcams.
Kort samengevat
- Plaats de dashcam achter of naast de binnenspiegel, midden op de ruit en buiten je zichtveld.
- Gebruik een elektrostatische sticker en stel de hoek in op ongeveer een derde lucht en twee derde weg.
- De 12V-aansluiting is het eenvoudigst; voor de parkeermodus heb je een vaste aansluiting met spanningsbewaking nodig.
- Leid de kabel weg van airbags, pedalen en stuur, en laat een hardwire-installatie bij twijfel doen door een vakman.
- Test de instellingen en formatteer de geheugenkaart regelmatig.







